Dak repareren of vervangen: waar hangt dat vanaf?
Vijf dingen die bepalen of een reparatie genoeg is of dat vervangen op termijn goedkoper uitpakt.
De vraag komt bijna altijd op hetzelfde moment: er is een lek, iemand komt kijken, en dan blijkt dat je kunt kiezen. Repareren is nu goedkoper. Vervangen is nu duurder. Welke van de twee over tien jaar het goedkoopst was, is de vraag die je eigenlijk stelt.
Het eerste dat telt is de leeftijd van de dakbedekking. Bitumen gaat afhankelijk van de kwaliteit en de ligging een jaar of twintig tot dertig mee, dakpannen aanzienlijk langer. Zit je dicht tegen het einde van die termijn aan, dan repareer je een dak dat sowieso binnen een paar jaar aan vervanging toe is. Dan betaal je twee keer.
Het tweede is of de schade op één plek zit. Een losgewaaide pan of een scheur op een duidelijk aanwijsbare plek is een reparatie. Komen lekkages op verschillende plekken terug, dan is de bedekking als geheel versleten en verplaats je met elke reparatie alleen het probleem.
Het derde is wat eronder zit. Is het houtwerk of de isolatie nat geworden, dan moet dat er hoe dan ook uit. Op dat moment ligt het dak open en zijn de meerkosten van volledige vervanging kleiner dan ze op papier lijken.
Het vierde is isolatie. Een dak dat open ligt is het goedkoopste moment om te isoleren, want het arbeidsintensieve deel doe je dan toch al. Wie eerst repareert en twee jaar later alsnog isoleert, betaalt dat werk twee keer.
Het vijfde is eenvoudiger: wat zegt de inspectie. Een dakdekker die op het dak heeft gestaan kan zien of de bedekking nog soepel is of al verhardt en scheurt. Dat verschil zie je niet vanaf de grond en niet op een foto.
Vraag bij twijfel om beide bedragen, de reparatie en de vervanging, en vraag erbij hoeveel jaar de reparatie naar verwachting meegaat. Dan vergelijk je geen twee prijzen maar twee kosten per jaar, en dat is de vergelijking die je eigenlijk wilde maken.